The Mothman

‘Juf, Douwe en ik hebben de vorige keer de Chinese muur gemaakt en nu gaan we een deel van London maken.’ Claudius sleept emmers met zand aan, haalt houtjes en takken uit de bosjes. ‘We gaan eerst de brug maken.’ ‘Oh ja, de brug over de Theems zeker?’ ‘Ja, die moet heel stevig gemaakt worden, want ooit is ie ingestort en toen moest ie opnieuw gebouwd worden.

Sindsdien woont er een wezen in het water, die heet de Mothman. Dat is een man die helemaal in het zwart is, rode ogen heeft en vleugels met gaten erin. Hij kan ook vliegen. Mensen hebben hem een paar keer gezien, maar ze weten niet zeker of ie wel echt bestaat.’

The Mothman, lees ik later, is een bestaande legende over een wezen dat in het water woont. Hij verscheen ooit in Point Pleasant in West-Virginia, voordat de Silver Brigde instortte. Sindsdien denkt men dat hij verschijnt als er een ramp op komst is. Er is een boek over geschreven: The Mothman Prophecies van John A. Keel, 1976 en in 2002 een gelijknamige horror-film over gemaakt door Mark Pellington, met Richard Gere in de hoofdrol, in 2010 is er een televisie-serie over gemaakt. Ik moet denken aan het Monster van Loch Ness in Schotland. Dat is toch heel dicht bij Engeland, dus de Mothman in de Theems, het had wat mij betreft gekund.

Jan komt eraan lopen en wil met zijn schep de nieuwe brug over de Theems kapotslaan. ‘Scheer je weg!’ roep ik. Hij kijkt mij brutaal aan en zegt: ‘Je kunt beter letten op die jongen die mij net met een stok op mijn hoofd wilde slaan.’ ‘Ik laat mij door kinderen geen opdrachten geven, tis maar dat je het even weet.’ Hij loopt morrend weg.‘Ken jij hem? vraag ik aan Claudius. ’Hij knikt;’ vroeger zat hij bij mij in de klas.’ ‘Was hij toen aardig?’ ‘Ja, heel aardig.’ ‘Ik vind hem best brutaal namelijk.’ ’Misschien is ie veranderd,’ zegt ie nuchter en stapt abrupt, zonder een spoor van dankbaarheid dat ik zijn bouwkunsten beschermd heb tegen de schep van Jan, van het onderwerp af: ‘Mijn moeder vindt het helemaal niet erg dat er zand op mijn broek komt, want dan doet ze hem gewoon in de afwasmachine.’ Ik grinnik: ‘De afwasmachine, zei je dat?’ ‘Ja, dat zei ik; de afwasmachine.’

‘Je bouwwerk begint al echt op London te lijken hoor,’ zeg ik bewonderend. ‘Kunt U dat nog een keer herhalen?’ vraagt hij en ik herhaal, zichtbaar tot zijn genoegen, de zin. ‘We maken een deel van London,’ zegt hij gewichtig, ‘omdat we London mooi vinden en omdat we het héél goed kunnen.’ Het ontbreekt hem in ieder geval niet aan zelfvertrouwen, bedenk ik. ‘Ben je er wel eens geweest?’ ‘Nee! Maar juf, als we meer tijd hadden gehad, dan was het nog mooier geworden.’ ‘Dat wil ik geloven, want een deel van London maken dat is nogal wat, daar heb je veel meer tijd voor nodig dan één pauze.’ Claudius knikt bevestigend en lacht van oor tot oor. Ik heb er duidelijk een nieuwe vriend bij. 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: