Lorraine 💘 Eugene

In de tweede klas van de lagere school kwam op een dag een jongetje binnen dat er anders uitzag dan de rest, hij had een chocoladekleurige huid, pikzwart haar en donkerbruine ogen. Lorraine kon haar ogen niet van hem afhouden zo mooi vond ze hem. Toen hij ook nog ‘Eugene’ bleek te heten, wat rijmde op haar eigen naam, besloot ze dat dat het teken was dat ze bij elkaar hoorden. Ze tekende de hele dag hartjes met pijltjes er doorheen waarbij ze haar naam aan de ene kant en zijn naam aan de andere kant schreef. Plotseling werd er een propje naar haar toe gegooid. Ze dacht eerst aan een pesterijtje en negeerde het verfrommelde papiertje. Het was tenslotte verboden om propjes door de klas te gooien.

Pas aan het eind van de les durfde ze het propje op te pakken en zag ze dat er iets op stond. ‘Vanmiddag-half-vier-in-het-zwembad?’ stond erin met een hartje erbij en ondertekend met Eugene. Ze kleurde. Nu moest ze wel naar het zwembad anders zou hij vast geen verkering met haar willen. Hij had haar al eens uit gelachen op het schoolplein toen hij haar samen met wat vriendjes de bosjes in wilde trekken. Zij had zich toen geschrokken losgerukt en was hard weg gerend.

Lorraine’s moeder vermoedde dat Eugene in het Molukse deel van het dorp woonde. Zij kwam daar wel eens omdat ze loempia’s wilde leren maken en kipsaté met rijst. ‘Dat wordt best lastig met Eugene, zei haar moeder, want Molukkers zijn heel hecht met elkaar en accepteren geen blanken in hun gemeenschap.’ Lorraine begreep niet waarom ze desondanks niet gewoon verliefd zou kunnen zijn op hem. ‘Je zult nooit bij hem thuis worden gevraagd en hij zal ook nooit met jou mee mogen naar huis van zijn ouders, jullie liefde is ten dode opgeschreven,’ zei moeder. Maar onze namen rijmen op elkaar,’ stribbelde Lorraine tegen. ‘Ja kind, maar meer dan elkaar wat kusjes geven in de bosjes zal het niet worden!’

Lorraine bleef twijfelen of ze wel of niet naar het zwembad moest gaan. In gedachten zag zij zichzelf al vanaf de hoogste duikplank het diepe in duiken en in vlinderslag door het water in het zwembad glijden. Ze wilde zo graag aan Eugene laten zien hoe goed zij dat allemaal kon.

Ze zou hem elke dag briefjes met hartjes willen schrijven en hem dan vragen of hij met haar zou willen trouwen.

Want ze hoorden bij elkaar, anders zouden hun namen niet zoveel op elkaar lijken.

Toen het half vier was lukte het haar niet om op te staan zonder duizelig te worden. Ze had liggen lezen op haar bed. Dat deed ze vaak na school en pasgeleden had ze iets nieuws ontdekt in de boekenkast van haar moeder. Een dun boekje met iets erin wat haar moeder ‘gedichten’ noemde. Eerst moest ze lachen om hoe raar de zinnen op het papier stonden. Het leek wel een soort optelrijtje van woorden zonder eindbedrag. Ook moest ze lachen om de naam van de schrijver die Hans Plomp heette, wat ze omdoopte tot Hans-in-den-Plomp.

‘Waarom staan die woorden zo raar op het papier?’ vroeg ze aan haar moeder.

 ‘Dat zijn gedichten lieve meid en daarin mag je alles opschrijven precies zoals je het zelf wilt. Er zijn wel regels, maar die zijn heel anders dan bij een gewone tekst.’ Dat was fijn zég, want zij kreeg haar opstellen altijd vol rode strepen terug omdat zij zoveel taalfouten maakte. Maar in gedichten was dat dus helemaal niet erg en mocht je de woorden gewoon op jouw manier opschrijven?

Naarmate ze de woordsommen vaker las werden ze steeds mooier in haar ogen. Een ander boek dat ernaast stond in de kast, heette Le Petit Prince, wat in het Nederlands ‘De kleine prins’ betekende. Dat leek meer geschikt voor kinderen, maar bleek in een andere taal geschreven te zijn, een taal die ‘Frans’ heette. Het plaatje op de kaft was wel erg leuk, maar van deze woorden begreep ze helemaal geen snars.

Aan het gezicht van haar moeder te zien waren ‘gedichten’ iets heel bijzonders. Hans-in-den-Plomp was vast een soort woordtovenaar, bedacht zij zich . Misschien was hij wel die ‘kleine prins’ uit het andere boekje! Ze wilde ook woordsommen gaan schrijven en een ‘kleine toverprins’ worden. Als zij zou kunnen toveren met woorden dan zou ze alleen nog maar tienen en plaatjes krijgen van de juf, dat wist ze zeker.

Toen ze overeind kwam tolde de kamer voor haar ogen, ze had een wee gevoel in haar maag en haar keel zat dicht geschroefd. Voorlopig zou ze daar geen geluid meer uit kunnen krijgen.. En na even nadenken riep ze door het trapgat naar beneden: ‘Ik ga niet naar het zwembad hoor mam!’ ‘Prima lieverd, blijf jij maar lekker thuis om te lezen.’

Als ze in de dagen erna langs de buurt fietste waar Eugene woonde probeerde ze zich voor te stellen hoe hij thuis gevangen werd gehouden door zijn familie omdat hij stiekem net zo verliefd was op haar als zij op hem.

Eugene deed op school alsof zij lucht voor hem was en zijn naam verdween langzaam onder een wolk van zwarte krassen die zij eroverheen kraste in haar schrift.

De woordsommen waren weer gewone rekenrijtjes op het bord geworden. 6X6=12 en 3X12=35. Het was alsof er niets veranderd was. Al kreeg ze wel vaker een plaatje voor haar opstellen dan vroeger. Ze wist niet precies waarom, want een echt gedicht had ze nog niet geschreven.

De foto is van de kleine Farinho uit The Voice Kids die ‘That’s what I like’ zong van Bruno Mars. Hij zette een verbluffende kinderversie neer van de R&B song en lijkt sprekend op de Eugene uit dit verhaaltje.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s